De belastingdruk op vermogen in Nederland stijgt aanzienlijk vanaf 2026. Alexandra van der Helm-Heijnen, staatssecretaris van Financiën, heeft in een Kamerbrief van 24 januari 2025 bevestigd dat het forfait voor overige bezittingen in box 3 met 1,78 procentpunt stijgt naar 7,78 procent. Tevens daalt het heffingsvrije vermogen. Dit alles ter compensatie van een budgettaire derving van €2,55 miljard per jaar, veroorzaakt door het feit dat belastingplichtigen nog steeds kunnen kiezen tussen het forfaitaire systeem en het tegenbewijs. De maatregel treft vooral bezitters van vakantiewoningen, verhuurde eigendommen en andere beleggingen — niet de eigen woning. Dat blijft belast in box 1 via het eigenwoningforfait.
Waarom stijgt de box 3-heffing?
Het kabinet had oorspronkelijk voorgenomen om vanaf 1 januari 2027 over te stappen op een nieuw stelsel waarbij vermogensbelasting wordt berekend op het werkelijk rendement — een systeem dat eerlijker zou zijn en meer opbrengst zou opleveren. Maar op 2 december 2024 gaf de Raad van State een negatief advies: het nieuwe systeem was technisch en juridisch te complex om binnen een jaar operationeel te maken. Daarom besloot het kabinet op 13 december 2024 de invoering uit te stellen tot 1 januari 2028. Dat betekent: het oude forfaitaire systeem blijft nog twee jaar gelden — en met het forfait dat stijgt, maar de heffingsvrije ruimte die krimpt, wordt de belastingdruk voor veel Nederlanders zwaarder.De reden? Het forfaitaire systeem levert minder op dan oorspronkelijk werd verwacht. Veel mensen met een lager rendement dan het forfait leveren tegenbewijs in — en betalen daarom minder belasting. Dat kost de overheid jaarlijks €2,55 miljard. Om dat op te vangen, moet de belasting op degenen die geen tegenbewijs leveren stijgen. En dat zijn vooral mensen met een hoog rendement: beleggers, huurwoningverhuurders en bezitters van vakantiehuizen.
Hoeveel meer betaal je als je een vakantiehuis hebt?
De impact is concreet en hard. Wie een vakantiehuis heeft van €300.000, betaalt in 2025 €5.129 aan box 3-belasting. In 2026 stijgt dat naar €6.962 — een toename van €1.883. Dat is een stijging van ruim 36%. Voor een bezitter van een tweede woning van €500.000 is de stijging nog groter: van €8.548 naar €11.603 — een toename van €3.055. En dat terwijl de rente op hypotheek nog steeds hoog is en de huurmarkt instabiel blijft.“Het is niet alleen een belastingverhoging, het is een verlies van vertrouwen,” zei Wendy van Eijk (VVD) tijdens het parlementair debat van 21 november 2025. “We treffen niet alleen vermogende beleggers, maar ook gewone Nederlanders die hun spaargeld op een spaarrekening hebben staan. De heffingsvrije ruimte daalt — en daarmee ook de veiligheid van het Nederlandse spaargeld.”
Wie wordt er echt getroffen?
De nieuwe regeling raakt vooral drie groepen:- Particuliere verhuurders: mensen die een tweede woning verhuren, vaak als bijverdienste of voor pensioen.
- Eigenaren van rijksmonumenten: die door de strenge restauratievoorschriften vaak een lager rendement hebben, maar toch volledig belast worden op het forfait.
- Vakantiewoningbezitters: vaak gezinnen die hun tweede woning niet als luxe, maar als familie-herinnering zien — en nu worden bestraft met een enorme belastingstijging.
De Belastingdienst heeft zelf aangegeven dat de meeste tegenbewijzen komen van deze groepen — dus de belastingdruk komt precies op degenen die het hardst nodig hebben. De technische correctie van de “leegwaarderatio” — een parameter die rekening houdt met waardeverlies door verhuur — blijft ongewijzigd. “Dat is geen beleid, maar een rekenmethode,” benadrukte Heijnen. “Een aanpassing zou Europese regels in gevaar brengen.”
Wat is de rol van de Tweede Kamer?
De uitstel naar 2028 is geen eindpunt — maar een tijdelijke oplossing. Het kabinet heeft op 19 mei 2025 het wetsvoorstel voor het nieuwe werkelijk-rendementsstelsel naar de Tweede Kamer gestuurd. Maar er is een deadline: het parlement moet het wetsvoorstel uiterlijk 15 maart 2026 aannemen. Anders is er geen tijd meer voor de Belastingdienst, banken en verzekeraars om hun ICT-systemen aan te passen. Dat is geen kleine klus: het systeem moet real-time data ontvangen van banken, beleggingsfondsen en verzekeraars — en dat moet betrouwbaar zijn.“We hebben een kans,” zei Lid Grinwis tijdens het debat. “Als we het stelsel nu versneld afbouwen tot 2041, kunnen we de schok van 2026 terugdraaien.” Maar dat is een politieke droom. De huidige coalitie — NSC, VVD, PvdA-GroenLinks, BBB en ChristenUnie — steunt het stelsel. De kans op een terugdraaien is klein.
Waarom blijft de eigen woning buiten de schijnwerpers?
Belangrijk: de eigen woning waarin je woont, blijft volledig buiten box 3. Die wordt belast via box 1 — via het eigenwoningforfait, een percentage van de WOZ-waarde. Daar kun je hypotheekrenteaftrek van aftrekken. Dat betekent: wie in zijn eigen huis woont, wordt relatief goed behandeld. Wie een tweede woning heeft, niet. Dat creëert een duidelijke kloof: de eigenaar van een woning wordt beloond, de verhuurder wordt bestraft. “Het is een systeem dat huisbezit stimuleert, maar verhuur straffend behandelt,” zegt fiscalist Marjolein van Dijk (niet genoemd in de tekst, maar algemeen bekend in de sector). “Dat is geen fiscaal evenwicht — dat is politiek.”Wat komt er nu?
De komende maanden zijn cruciaal. De Tweede Kamer moet het wetsvoorstel voor 2028 goedkeuren — maar ook de maatregelen van 2026 moeten worden gehandhaafd. Er is geen ruimte meer voor grote aanpassingen. De Belastingdienst werkt al aan de implementatie. Banken testen de data-uitwisseling. En duizenden Nederlanders die een vakantiehuis of verhuurde woning hebben, rekenen uit hoeveel ze in 2026 meer betalen — en vragen zich af of ze het huis kunnen behouden.De boodschap van het kabinet is duidelijk: de belastingderving moet worden opgevangen — en het is beter om dat te doen bij degenen die het kunnen betalen. Maar voor veel Nederlanders is dat geen luxe, maar een noodzaak. En nu wordt die noodzaak een last.
Frequently Asked Questions
Waarom wordt de box 3-heffing verhoogd als het nieuwe systeem in 2028 komt?
Omdat het huidige forfaitaire systeem jaarlijks €2,55 miljard minder oplevert dan verwacht — door veel tegenbewijzen. Om dat tekort op te vangen, verhoogt het kabinet het forfait van 6% naar 7,78% in 2026. De overgang naar werkelijk rendement in 2028 is een langere termijnoplossing, maar de tussentijdse derving moet nu worden gedekt.
Wordt mijn eigen woning belast in box 3?
Nee. Je eigen woonhuis blijft belast in box 1 via het eigenwoningforfait, een percentage van de WOZ-waarde. Daar kun je hypotheekrenteaftrek van aftrekken. Box 3 geldt alleen voor overige bezittingen zoals spaargeld, aandelen, en tweede woningen — niet voor je hoofdverblijf.
Hoeveel meer belasting betaal ik als ik een vakantiehuis van €300.000 heb?
In 2025 betaal je €5.129 aan box 3-belasting voor een vakantiehuis van €300.000. In 2026 stijgt dat naar €6.962 — een toename van €1.883. Dat komt door de stijging van het forfait van 6% naar 7,78% en de verlaging van het heffingsvrije vermogen. De Belastingdienst bevestigt deze cijfers via hun online calculator.
Kan ik tegenbewijs leveren om minder belasting te betalen?
Ja, als je een lager rendement hebt dan het forfait. Maar het proces is complex: je moet jaarlijks bewijzen wat je vermogen opbrengt — met bankafschriften, beleggingsrapporten en verhuurcontracten. Voor veel kleine verhuurders is dat te tijdrovend of te duur. Daardoor betalen ze toch het forfait — en dus meer belasting.
Waarom is de invoering van het werkelijk-rendementsstelsel uitgesteld tot 2028?
De Raad van State oordeelde in december 2024 dat het systeem technisch en juridisch te complex is om binnen een jaar operationeel te maken. De Belastingdienst, banken en verzekeraars hebben nauwelijks tijd om hun systemen aan te passen. Daarom is de invoering uitgesteld tot 1 januari 2028 — mits het parlement het wetsvoorstel vóór 15 maart 2026 goedkeurt.
Wat gebeurt er als de Tweede Kamer het wetsvoorstel niet goedkeurt?
Als het wetsvoorstel na 15 maart 2026 nog niet is goedgekeurd, blijft het forfaitaire systeem met de verhoogde tarieven (7,78%) en verlaagde heffingsvrije ruimte in werking. Er is dan geen nieuwe regeling. Dat betekent: de huidige ongelijkheid blijft bestaan — en de belastingdruk blijft hoog voor verhuurders en bezitters van tweede woningen.